ECLI:NL:RBSGR:2010:BL8881
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ongewenstverklaring EU-burger na zware strafrechtelijke veroordeling
Eiser, een Belgische EU-burger, is door het gerechtshof veroordeeld tot 16 jaar gevangenisstraf wegens moord, pogingen tot moord, bedreiging en belaging. Op grond van deze veroordeling heeft de Staatssecretaris van Justitie het verblijfsrecht van eiser beëindigd en hem ongewenst verklaard in Nederland.
Eiser betwist de ongewenstverklaring en beroept zich op artikel 8 EVRM Pro, stellende dat zijn persoonlijke belangen, zoals contact met zijn kinderen en pensioenrechten, zwaarder wegen dan het algemene belang. De rechtbank stelt vast dat het beroep tegen de beëindiging van het verblijfsrecht niet-ontvankelijk is omdat daartegen geen bezwaar is gemaakt.
De rechtbank overweegt dat de strafrechtelijke veroordeling op zich geen reden is voor de maatregel, maar het gedrag van eiser wel een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging vormt. De belangenafweging tussen het algemeen belang en het persoonlijk belang van eiser leidt tot de conclusie dat het algemeen belang prevaleert. Het beroep tegen de ongewenstverklaring wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Beroep tegen beëindiging verblijfsrecht niet-ontvankelijk; beroep tegen ongewenstverklaring ongegrond verklaard.