ECLI:NL:RBSGR:2010:BL8838
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke kwalificatie van onttrekkingen uit aanmerkelijk belang als reguliere voordelen
Eiser, directeur en enig aandeelhouder van X B.V., heeft in 2002 en voorgaande jaren bedragen uit de B.V. opgenomen die in de administratie als rekening-courant stonden. De inspecteur rekent de volledige eindstand van de rekening-courant van €660.675 aan als uitdeling en belast deze als inkomen uit aanmerkelijk belang, toegerekend aan eiser en zijn echtgenote ieder voor de helft.
Eiser betwist dat sprake is van een uitdeling en stelt dat het om onttrekkingen gaat die niet als winstuitdeling kwalificeren. De rechtbank stelt vast dat de onttrekkingen wel degelijk een voordeel uit aanmerkelijk belang vormen, omdat eiser als enig aandeelhouder de volledige zeggenschap had en zich bewust was van de bevoordeling. Echter, alleen het bedrag van €176.945 dat in 2002 daadwerkelijk is ontvangen, kan als regulier voordeel worden aangemerkt.
De rechtbank oordeelt dat de inspecteur onvoldoende heeft aangetoond dat het resterende saldo en de rente in 2002 als voordeel zijn genoten. Daarom vermindert de rechtbank de aanslag tot het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang van €88.472 (de helft van €176.945). Tevens veroordeelt zij de inspecteur tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: De aanslag wordt verminderd tot een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van €88.472, toegerekend aan eiser en zijn echtgenote ieder voor de helft.