ECLI:NL:RBSGR:2010:BL8607
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- B.C. Punt
- E. Kouwenhoven
- C. van den Steenhoven-Blanken
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling Nederlandse nationaliteit wegens gebruik valse persoonsgegevens bij naturalisatie
Verzoeker heeft in 1998 bij Koninklijk Besluit de Nederlandse nationaliteit verkregen op basis van valse of fictieve persoonsgegevens. Na onderzoek door de gemeente Rotterdam en de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) is vastgesteld dat verzoekers werkelijke naam en geboortedatum afwijken van de gegevens in het naturalisatiebesluit.
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de constatering van de IND, maar dit bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard en de daaropvolgende beroepsprocedures bij rechtbank en Raad van State zijn ongegrond verklaard. Verzoeker stelt dat hij ondanks de naamwijziging dezelfde persoon is en dat bijzondere omstandigheden moeten leiden tot erkenning van zijn nationaliteit.
De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Hoge Raad, die onderscheid maakt tussen naturalisaties voor en na 1 april 2003. Voor naturalisaties vóór die datum geldt dat een besluit met valse persoonsgegevens geen rechtsgevolg heeft, tenzij bijzondere omstandigheden dit anders maken. De rechtbank stelt vast dat verzoeker niet bevoegd was de gebruikte geslachtsnaam te voeren en dat geen bijzondere omstandigheden zijn gebleken.
Daarom mist het Koninklijk Besluit van 1998 ten aanzien van verzoeker rechtsgevolg en wordt het verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van het bezit van de Nederlandse nationaliteit wordt afgewezen omdat het naturalisatiebesluit is gebaseerd op valse persoonsgegevens en geen rechtsgevolg heeft.