ECLI:NL:RBSGR:2010:BL7425
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering staatloosheid en geloofwaardigheid
Verzoekers, die stellen staatloos te zijn en afkomstig uit Oekraïne en Armenië, vroegen asiel aan. Verweerder wees de aanvragen af omdat hij meende dat verzoekers mogelijk de Armeense nationaliteit van rechtswege bezaten of konden aanvragen, en dat hun vrees voor vervolging bij terugkeer niet aannemelijk was.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder zich niet in redelijkheid op dit standpunt kon stellen. Er is een wezenlijk verschil tussen het van rechtswege bezitten van staatsburgerschap en het kunnen aanvragen daarvan. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd waarom de gestelde vrees voor vervolging niet geloofwaardig zou zijn, terwijl verzoekers verklaarden afhankelijk te zijn van de Yezidengemeenschap in Armenië en te vrezen hadden voor vervolging.
Verder werd geoordeeld dat verweerder het asielrelaas onvoldoende had betrokken bij zijn beoordeling en dat de besluiten niet met de vereiste zorgvuldigheid waren voorbereid. De beroepen werden gegrond verklaard, de besluiten vernietigd en verweerder opgedragen nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
De voorzieningenrechter veroordeelde verweerder tevens in de proceskosten van verzoekers. Het verzoek tot voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzing van de verblijfsvergunningen en draagt verweerder op nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van deze uitspraak.