ECLI:NL:RBSGR:2010:BL7100
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep wegens niet tijdig beslissen op bezwaar in vreemdelingenzaak
Eiser is op 9 december 2008 ongewenst verklaard door verweerder en maakte hiertegen bezwaar op 18 december 2008. Nadat verweerder niet tijdig op het bezwaar had beslist, stelde eiser op 5 februari 2010 beroep in bij de rechtbank wegens niet tijdig beslissen. De rechtbank constateerde dat de beslistermijn volgens artikel 7:10 Awb Pro was overschreden en dat verweerder pas na het beroep advies had gevraagd aan het Bureau Medische Advisering (BMA), waardoor hij zichzelf in de huidige situatie had gebracht.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het BMA-advies moest afwachten, maar dat na ontvangst van het advies of het verstrijken van de gestelde termijn van 9 maart 2010, verweerder nog maximaal twee weken had om te beslissen. De rechtbank wees het verzoek van verweerder om na het advies nog vier weken te krijgen af, vanwege zijn eigen toedoen. Tevens werd een dwangsom van € 100 per dag tot maximaal € 15.000 opgelegd voor overschrijding van deze termijn.
Daarnaast veroordeelde de rechtbank verweerder tot vergoeding van de proceskosten van € 109,25 en het griffierecht van € 150,00 aan eiser. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het niet tijdig genomen besluit en bepaalde dat verweerder binnen de gestelde termijn alsnog een besluit moet nemen. De uitspraak werd gedaan door rechter J.F. Miedema en is openbaar.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twee weken na BMA-advies alsnog te beslissen met oplegging van een dwangsom.