ECLI:NL:RBSGR:2010:BL4395
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang bij ongewenstverklaring vreemdeling
Eiser, een vreemdeling, had bezwaar gemaakt tegen de intrekking van zijn verblijfsvergunning en zijn ongewenstverklaring door de staatssecretaris van Justitie. De kern van het geschil betrof de vraag of er terecht een verblijfsgat van vier dagen was ontstaan tussen het verlopen van de vorige verblijfsvergunning en de ingangsdatum van de verleende vergunning.
De rechtbank overwoog dat zolang de ongewenstverklaring voortduurt, eiser geen rechtmatig verblijf kan hebben en dat de vraag naar het verblijfsgat geen procesbelang creëert. Dit volgt uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De rechtbank wees erop dat de procedure over het verblijfsgat opnieuw gevoerd kan worden indien de ongewenstverklaring wordt opgeheven.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang. Er werden geen proceskosten toegewezen. Het vonnis werd uitgesproken door voorzitter R.H.G. Odink op 12 februari 2010.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang omdat de ongewenstverklaring voortduurt.