ECLI:NL:RBSGR:2010:BL1115
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Uitlevering aan de VS en risico op schending artikel 3 EVRM afgewezen
Eiser, een Amerikaanse staatsburger, werd op 21 november 2008 in Nederland aangehouden en de VS verzocht om zijn uitlevering wegens betrokkenheid bij drugshandel. Eiser vorderde in kort geding een verbod op uitlevering, stellende dat hij bij uitlevering een levenslange gevangenisstraf zonder mogelijkheid tot vervroegde vrijlating zou krijgen, wat een schending van artikel 3 EVRM Pro zou opleveren.
De rechtbank overwoog dat de Amerikaanse autoriteiten hebben bevestigd dat er geen verplichting bestaat om een levenslange gevangenisstraf op te leggen en dat een dergelijke straf maximaal kan worden opgelegd. Tevens is er een mogelijkheid tot gratieaanvraag bij de Amerikaanse president, wat uitzicht op verkorting van de straf biedt. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat deze mogelijkheden in zijn geval illusoir zijn.
De voorzieningenrechter concludeerde dat onvoldoende is gebleken van een dreigende schending van artikel 3 EVRM Pro en dat de uitlevering daarom niet onrechtmatig is. Ook het subsidiaire verzoek om uitlevering op te schorten zolang het EHRM nog niet heeft beslist, werd afgewezen omdat nationale rechtsmiddelen eerst moeten zijn uitgeput.
Eiser werd veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak bevestigt het vertrouwensbeginsel dat de VS fundamentele mensenrechten respecteert, ondanks dat zij geen partij is bij het EVRM.
Uitkomst: De vorderingen tot verbod op uitlevering aan de VS worden afgewezen wegens onvoldoende aannemelijk risico op schending artikel 3 EVRM.