ECLI:NL:RBSGR:2010:BL0889
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Donker
- Bosman
- De Kimpe
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens meervoudige oplichting
De rechtbank 's-Gravenhage heeft op 27 januari 2010 een vonnis gewezen ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in een zaak waarin de veroordeelde werd verdacht van meervoudige oplichting en flessentrekkerij. De veroordeelde was eerder bij vonnis van 5 november 2009 veroordeeld voor het maken van een gewoonte van het kopen van goederen met het oogmerk deze niet volledig te betalen en zich daarmee wederrechtelijk te bevoordelen.
De officier van justitie had een ontnemingsvordering ingediend tot een bedrag van €61.741,92, gebaseerd op de bewezen feiten en omstandigheden in het dossier. De rechtbank stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel uiteindelijk vast op €58.940,65. De vordering werd onderbouwd met bewijsstukken en aangiften van meerdere incidenten waarbij de veroordeelde goederen kocht zonder te betalen en deze vervolgens beleende.
De verdediging voerde aan dat toewijzing van de vordering zou leiden tot dubbele betaling aan benadeelde partijen, maar de rechtbank verwierp dit omdat niet alle benadeelden vorderingen hadden ingediend en de ontnemingsvordering een andere aard heeft dan civielrechtelijke vorderingen. De rechtbank legde de veroordeelde de verplichting op dit bedrag aan de Staat te betalen ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
De rechtbank overwoog tevens dat in rechte toegekende vorderingen van derden in mindering worden gebracht op het bedrag, maar dat dit in deze zaak niet aan de orde was. De veroordeelde werd opgeroepen tot betaling ondanks zijn faillissement, omdat de ontnemingsvordering niet onder de faillissementswet valt. De maatregel is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
Uitkomst: De veroordeelde is verplicht tot betaling van €58.940,65 aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.