ECLI:NL:RBSGR:2010:BL0256
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens onvoldoende bewijs bescherming tegen vrouwenbesnijdenis en mishandeling in Uganda
Verzoekster, afkomstig uit Uganda, vordert een verblijfsvergunning op grond van asiel vanwege bedreiging, mishandeling en dreiging met vrouwenbesnijdenis door haar echtgenoot. Zij stelt dat zij geen bescherming van de autoriteiten kon krijgen en vreest discriminatie op grond van geslacht.
De rechtbank stelt vast dat verzoekster onvoldoende bewijs heeft geleverd dat zij geen bescherming van de autoriteiten kon krijgen. Zij heeft zich slechts tot de local council chairman gewend en niet tot de politie. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat vrouwenbesnijdenis een algemene praktijk is binnen haar stam.
De rechtbank overweegt dat de nieuwe wet tegen vrouwenbesnijdenis in Uganda bestaat, en dat verzoekster zich elders in het land had kunnen vestigen. Haar beroep op traumabeleid wordt verworpen omdat geen sprake is van trauma veroorzaakt door de overheid of een niet-beschermde groepering.
Daarom wordt het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Verzoekster krijgt geen verblijfsvergunning op grond van artikel 29 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
Uitkomst: Het beroep van verzoekster wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel wordt afgewezen.