ECLI:NL:RBSGR:2009:BN3750
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L. de Loor-Alwin
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen ambtshalve opgelegde aanslagen en verzuimboeten wegens ontbreken aangiften
Eiser heeft nagelaten de vereiste digitale aangiften inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over de jaren 2004 en 2005 tijdig in te dienen, ondanks verzoeken en aanmaningen van verweerder. Verweerder heeft daarom ambtshalve aanslagen opgelegd op basis van een geschat verzamelinkomen van € 50.000 per jaar en verzuimboeten van € 1.134.
Eiser heeft een brief met financiële stukken over 2004 ingediend, maar dit werd niet als voldoende aangifte erkend. Hij slaagde er niet in aan te tonen dat de ambtshalve vastgestelde aanslagen onjuist waren, mede omdat de onderbouwing van verliezen onvoldoende was en voor 2005 geheel ontbrak. De rechtbank oordeelt dat eiser de verzwaarde bewijslast op grond van artikel 27e AWR niet heeft voldaan.
Verder is vastgesteld dat eiser de aangiften niet binnen de wettelijke termijn heeft ingediend, wat een vijfde verzuim oplevert volgens het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst 1998. Omdat eiser in de gelegenheid was gesteld tijdig aangifte te doen maar dit niet heeft gedaan, is er sprake van schuld en zijn de verzuimboeten passend en geboden.
De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en verklaart het beroep ongegrond. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Uitkomst: Het beroep tegen de ambtshalve opgelegde aanslagen en verzuimboeten wordt ongegrond verklaard.