ECLI:NL:RBSGR:2009:BN0774
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens onrechtmatig buiten behandeling stellen aanvraag verblijfsvergunning
Eiser diende op 4 april 2007 een eerste aanvraag in tot verlenging van zijn verblijfsvergunning, die geldig was tot 13 juni 2007. Verweerder stelde deze aanvraag bij besluit van 22 juni 2007 buiten behandeling. Eiser maakte bezwaar en diende op 12 december 2007 een tweede aanvraag in om zijn recht op voortgezet verblijf te behouden.
Bij besluit van 20 februari 2008 erkende verweerder de onrechtmatigheid van het besluit van 22 juni 2007, verlengde de verblijfsvergunning en wees het verzoek om proceskostenvergoeding toe. Eiser verzocht vervolgens om restitutie van de leges voor de tweede aanvraag, omdat hij deze uit voorzorg had ingediend vanwege het onrechtmatige besluit.
Verweerder wees dit verzoek af, waarop eiser beroep instelde. De rechtbank oordeelde dat eiser terecht de tweede aanvraag had ingediend om verlies van zijn verblijfsrecht te voorkomen en dat de kosten daarvan voor rekening van verweerder komen. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, en verweerder veroordeeld tot vergoeding van de leges, griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van leges, griffierecht en proceskosten wegens onrechtmatig buiten behandeling stellen van de aanvraag verblijfsvergunning.