ECLI:NL:RBSGR:2009:BL3762
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over aflossingen op vordering in aanmerkelijk belang zaak
Eiser, aandeelhouder met een aanmerkelijk belang in [E] Holding b.v., betwistte de belastingaanslag over 2001 waarin aflossingen op een vordering van aandeelhouders op de vennootschap als belastbaar inkomen uit werk en woning werden aangemerkt.
De rechtbank stelde vast dat eiser geen vergoeding had betaald voor de vordering en dat de vordering was afgenomen door betalingen van de vennootschap, die volgens eiser slechts als intermediair optrad. Eiser stelde dat de aflossingen niet tot belastbaar inkomen behoorden omdat de bedragen werden doorgeleend of gebruikt voor schuldenaflossing binnen het concern.
De rechtbank oordeelde dat het niet van belang is welke bestemming aan de aflossingen wordt gegeven en dat de jaarstukken van [E] de stand van de vordering correct weergeven. Verder werd geoordeeld dat geen vaststellingsovereenkomst was gesloten, ondanks een voorstel van eiser en gesprekken met de Belastingdienst.
Op grond van de wettelijke bepalingen werd het bedrag van de aflossingen als belastbaar resultaat uit werk en woning aangemerkt. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de aanslag inkomstenbelasting 2001 wordt ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.