ECLI:NL:RBSGR:2009:BL3640
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.C.M. van Wesenbeeck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde woning en bezwaar tegen aanslag onroerende-zaakbelastingen
Eiser betwistte de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning per 1 januari 2007, die door verweerder was vastgesteld op €161.000. Eiser voerde aan dat de waarde te hoog was vastgesteld, onder meer vanwege achterstallig onderhoud en een onjuiste toepassing van de vergelijkingsmethode. Daarnaast stelde hij dat de oppervlakte van de woning onjuist was vastgesteld en dat hij geen toegang had tot vergelijkbare verkoopprijzen.
Verweerder stelde dat de waardering correct was uitgevoerd op basis van de vergelijkingsmethode met verkooptransacties rond de waardepeildatum, waarbij rekening was gehouden met achterstallig onderhoud middels een waardeaftrek van €10.000. Ook werd het oppervlak opnieuw gemeten en bevestigd op 86 m². De rechtbank oordeelde dat verweerder aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld en dat de aangevoerde bezwaren onvoldoende waren om tot een ander oordeel te komen.
De rechtbank wees erop dat de Wet WOZ vereist dat de waardevaststelling per tijdvak opnieuw plaatsvindt op basis van actuele marktgegevens en dat de hoogste verkoopprijs van identieke panden als uitgangspunt dient. De stelling van eiser dat de waarde gehandhaafd moest blijven op het vorige peil werd verworpen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €161.000 en de aanslag onroerende-zaakbelastingen 2008 wordt ongegrond verklaard.