ECLI:NL:RBSGR:2009:BL3500
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- F.H.J.G. Brekelmans
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning regulier wegens niet voldoen aan bewijsvereisten buiten schuld niet kunnen vertrekken
Verzoeker, een Chinese nationaliteit bezittende vreemdeling, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 14 Vreemdelingenwet Pro 2000, met als doel verblijf als vreemdeling die buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen, waarna verzoeker bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de bewijslast en bewijsvoeringslast bij deze aanvraag bij verzoeker ligt, in tegenstelling tot de situatie bij vreemdelingenbewaring. Verzoeker miskent deze bewijsverdeling en heeft onvoldoende objectief toetsbare bescheiden overgelegd die aantonen dat de autoriteiten van het land van herkomst of van het land van eerder verblijf geen toestemming zullen verlenen voor terugkeer.
Daarnaast heeft verzoeker niet aangetoond dat hij zich voldoende heeft gericht tot de Dienst Terugkeer & Vertrek (DT&V) of de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) voor bemiddeling bij het verkrijgen van de benodigde reisdocumenten. Het bezwaar is door verweerder terecht als kennelijk ongegrond beoordeeld en verzoeker is niet gehoord in bezwaar omdat er geen redelijke twijfel bestond dat het bezwaar tot een ander besluit zou leiden.
De voorzieningenrechter concludeert dat verweerder terecht heeft vastgesteld dat verzoeker niet voldoet aan de voorwaarden voor de verblijfsvergunning en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van verzoeker wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.