ECLI:NL:RBSGR:2009:BK9832
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting naar Afghanistan wegens schending hoorplicht en EVRM artikel 3
Verzoeker, een Hazara uit Afghanistan, heeft bezwaar gemaakt tegen zijn ongewenstverklaring en de dreigende uitzetting naar Afghanistan. Hij stelt dat de situatie in Afghanistan sinds 2007 dusdanig is veranderd dat uitzetting strijdig is met artikel 3 EVRM Pro, en dat hij ten onrechte niet is gehoord over zijn bezwaar.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het horen van verzoeker een essentieel onderdeel is van de bezwaarschriftprocedure en dat afzien hiervan slechts is toegestaan indien uit het bezwaarschrift duidelijk blijkt dat de bezwaren ongegrond zijn. Dit is hier niet het geval, mede gelet op eerdere voorlopige voorzieningen van het EHRM die vergelijkbare zaken betreffen.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens schending van de hoorplicht (artikel 7:2 Awb Pro) en treft een voorlopige voorziening die uitzetting verbiedt tot vier weken na de nieuwe beslissing op het bezwaar. Tevens worden de proceskosten en griffierechten aan verzoeker vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens schending van de hoorplicht en uitzetting naar Afghanistan wordt verboden tot vier weken na een nieuwe beslissing op het bezwaar.