ECLI:NL:RBSGR:2009:BK9304
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongewenstverklaring vreemdeling wegens gevaar voor openbare orde met schending hoorplicht
Eiser werd op grond van artikel 67, eerste lid, onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 ongewenst verklaard omdat hij een gevaar vormde voor de openbare orde en geen rechtmatig verblijf had. Verweerder had het bezwaar van eiser ongegrond verklaard, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat verweerder bij het primaire besluit de vriendin van eiser niet hoefde te horen, omdat eiser dit niet had aangegeven en zij niets in zijn voordeel kon verklaren. Echter, bij de beslissing op bezwaar had verweerder ook de vriendin en ex-vriendin van eiser, als wettelijke vertegenwoordigers van hun dochters, moeten horen omdat ook hun familieleven rechtstreeks werd geraakt. Dit was niet gebeurd, waardoor sprake was van schending van de hoorplicht op grond van artikel 7:2 van Pro de Awb.
Daarnaast werd het beroep gegrond verklaard omdat de belangenafweging omtrent het gezinsleven van eiser en zijn dochters onvoldoende was gemaakt. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en moest het griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd wegens schending van de hoorplicht en onvoldoende belangenafweging.