ECLI:NL:RBSGR:2009:BK9196
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van bewaring en uitzettingspoging van vreemdeling met betwiste Franse nationaliteit
Eiser werd op 9 oktober 2009 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 wegens het ontbreken van rechtmatig verblijf. Hij stelde te beschikken over een geldig Frans paspoort, maar de rechtbank twijfelt aan deze nationaliteit vanwege het gebruik van een niet-authentieke geboorteakte en het ontbreken van hoger beroep tegen eerdere uitspraken.
Eiser voerde aan dat hij zich niet hoefde te melden bij de korpschef en dat de mislukte uitzettingspoging niet aan hem te wijten was. De rechtbank oordeelt echter dat de eerdere gronden voor bewaring nog steeds gelden en dat eiser nooit uit de macht van verweerder is geweest. Ook is geen sprake van nalatigheid of onvoldoende voortvarendheid van verweerder bij de uitzetting, ondanks het in beslag genomen paspoort.
Daarnaast faalt het beroep van eiser op artikel 59, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat hij niet alle benodigde documenten direct beschikbaar heeft. De rechtbank concludeert dat de bewaring wettelijk gerechtvaardigd is en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de inbewaringstelling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.