ECLI:NL:RBSGR:2009:BK9163
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Geen onredelijk onderscheid bij verblijfsvergunning medische noodsituatie en afhankelijke gezinsleden
Eiser, een vreemdeling met een verblijfsvergunning voor verblijf bij zijn partner, stelde dat hij onterecht werd uitgesloten van een verblijfsvergunning op grond van de Regeling Afwikkeling Nalatenschap Vreemdelingenwet (oud). Zijn partner had een verblijfsvergunning vanwege een medische noodsituatie. Verweerder had het eerdere besluit ingetrokken en het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
De rechtbank stelde vast dat volgens het beleid in WBV 2007/11 vreemdelingen die reeds een verblijfsvergunning bezitten, niet in aanmerking komen voor de Regeling, met uitzondering van houders van een verblijfsvergunning vanwege een medische noodsituatie. Eiser viel niet onder deze uitzondering omdat zijn verblijfsvergunning was verleend onder de beperking verblijf bij partner.
Hoewel eiser betoogde dat zijn situatie gelijk was aan die van de hoofdpersoon met medische noodsituatie, oordeelde de rechtbank dat de situatie van een afhankelijk gezinslid niet gelijk is aan die van de hoofdpersoon. De onzekerheid van het verblijfsrecht van eiser was afhankelijk van de situatie van de hoofdpersoon. De rechtbank vond het niet onredelijk dat in het geval dat de hoofdpersoon niet in aanmerking komt voor de Regeling, het afhankelijke gezinslid ook niet in aanmerking komt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de weigering van een verblijfsvergunning op grond van de Regeling wordt ongegrond verklaard.