ECLI:NL:RBSGR:2009:BK8568
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsing executie strafzaken in afwachting gratieverzoek
De zaak betreft een kort geding waarin eiser verzoekt om schorsing van de executie van vier onherroepelijke strafvonnissen en onmiddellijke vrijlating totdat op zijn gratieverzoek is beslist. Eiser is veroordeeld tot taakstraffen en gevangenisstraffen in verschillende strafzaken, waarvan de executie was aangevangen maar door celcapaciteit tijdelijk was onderbroken.
Eiser voert aan dat hij verrast is door de executie, omdat hij dacht zijn straffen te hebben uitgezeten. Hij wijst op zijn persoonlijke omstandigheden, waaronder een afgerond schuldhulpverleningstraject, een vaste baan en psychiatrisch verleden, en stelt dat hij zijn baan dreigt te verliezen door de executie. De Staat betwist dat er sprake is van onredelijkheid en wijst op eerdere aanhoudingen en pogingen tot executie.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het wettelijke stelsel voorschrijft dat onherroepelijke strafvonnissen moeten worden uitgevoerd, tenzij uitzonderingen van toepassing zijn. Het gratieverzoek heeft geen opschortende werking, en de minister heeft beleidsvrijheid om schorsing toe te staan. Volgens de geldende circulaire wordt schorsing slechts verleend als aannemelijk is dat het gratieverzoek hoogstwaarschijnlijk wordt ingewilligd, bijvoorbeeld bij levensbedreigende ziekte.
Eiser erkent dat hij niet onder deze uitzonderingen valt en zijn persoonlijke omstandigheden zijn onvoldoende om schorsing te rechtvaardigen. Ook het argument van te late executie wordt verworpen omdat eiser zich niet aan meldingsverplichtingen heeft gehouden. De voorzieningenrechter concludeert dat de minister niet onredelijk heeft gehandeld en wijst de vordering af. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot schorsing van de executie van de strafzaken wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.