ECLI:NL:RBSGR:2009:BK8496
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid van persoonlijk risico bij terugkeer naar Irak
Eiser, afkomstig uit Hillah in de provincie Babil, Centraal-Irak, heeft een asielaanvraag ingediend die is afgewezen door verweerder. De rechtbank toetst de afwijzing en overweegt dat eiser onvoldoende concrete feiten en omstandigheden heeft aangevoerd die een persoonlijke vrees voor vervolging of een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro rechtvaardigen.
Eiser baseert zijn vrees mede op dreigbrieven van het Al Mehdi-leger en de verdwijning van een collega, maar deze vermoedens zijn niet concreet onderbouwd. De rechtbank stelt vast dat de algemene situatie in Irak niet automatisch leidt tot een individuele bedreiging die subsidiere bescherming rechtvaardigt. De rechtbank volgt verweerder in de terughoudende toetsing van het asielrelaas en het realiteitsgehalte van de vermoedens.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat het beëindigen van het categoriale beschermingsbeleid voor Centraal-Irak door verweerder niet onredelijk is, mede gezien de veiligheidsrapporten en het beleid van andere Europese landen. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van zijn asielaanvraag bevestigd.