ECLI:NL:RBSGR:2009:BK8278
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering verblijfsvergunning asiel en intrekking verblijfsvergunningen wegens beëindiging categoriale bescherming Burundi
Eisers, van Burundische nationaliteit en betrokken bij een gemengd huwelijk, vroegen om verblijfsvergunningen asiel voor onbepaalde tijd en betwistten de intrekking van eerder verleende vergunningen voor bepaalde tijd. Verweerder had de aanvragen afgewezen en vergunningen ingetrokken omdat het categoriale beschermingsbeleid voor Burundi was beëindigd en eisers onvoldoende individuele risico's op ernstige schade bij terugkeer hadden aangetoond.
De rechtbank oordeelde dat het asielrelaas van eisers onvoldoende geloofwaardig was, mede door het ontbreken van reisdocumenten en tegenstrijdigheden in verklaringen. Eisers konden niet aantonen dat zij vanwege hun gemengde afkomst, het feit dat eiseres een alleenstaande vrouw is, of andere individuele kenmerken een verhoogd risico liepen op onmenselijke behandeling of vervolging in Burundi.
Verder werd het beroep op artikel 15c van de Definitierichtlijn verworpen, omdat de mate van willekeurig geweld in Burundi niet zodanig hoog was dat louter aanwezigheid een reëel risico op ernstige schade opleverde. Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro werd afgewezen vanwege de systematiek van de Vreemdelingenwet. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de weigering en intrekking van verblijfsvergunningen wegens onvoldoende aannemelijk gemaakte risico's bij terugkeer naar Burundi.