ECLI:NL:RBSGR:2009:BK7663
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ontbreken nieuw gebleken feiten en contra-indicatie
Eiser, van Guinese nationaliteit, had een asielaanvraag ingediend die was afgewezen. Hij stelde dat hij bij terugkeer naar Guinee een reëel risico liep vanwege de verslechterde veiligheidssituatie en verwees naar artikel 15, aanhef en onder c, van de Definitierichtlijn. De rechtbank overwoog dat het eerdere besluit van 1 maart 2004 in rechte vaststond en dat het asielrelaas van eiser ongeloofwaardig was bevonden.
Hoewel uit nieuw overgelegde stukken bleek dat de veiligheidssituatie in Guinee was verslechterd, leidde dit niet tot de conclusie dat sprake was van een uitzonderlijke situatie zoals bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, van de Definitierichtlijn. Daarnaast had eiser een eerdere veroordeling voor een drugsmisdrijf, wat een contra-indicatie vormt voor het verlenen van een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vw 2000.
De rechtbank oordeelde dat de aangevoerde omstandigheden geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden vormden die het eerdere besluit konden afdoen. Ook de stelling dat asielzoekers uit Guinee niet worden teruggestuurd, kon niet leiden tot een andere uitkomst. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van nieuw gebleken feiten en een contra-indicatie.