ECLI:NL:RBSGR:2009:BK7596
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ontbreken uitzonderlijke situatie en onvoldoende geloofwaardigheid
Eiser, een Iraakse asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van artikel 29 Vreemdelingenwet Pro 2000. De aanvraag werd door de IND afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing en het ontbreken van reisdocumenten. Eiser stelde dat er sprake is van een uitzonderlijke situatie in Bagdad door een binnenlands gewapend conflict met willekeurig geweld, waardoor terugkeer een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro inhoudt.
De rechtbank oordeelde dat op basis van het ambtsbericht van mei 2009 en de UNHCR Guidelines van april 2009 de veiligheidssituatie in Irak, inclusief Bagdad, weliswaar ernstig maar verbeterd is en niet voldoet aan de criteria van 'the most extreme cases of general violence' zoals vereist voor bescherming onder artikel 15c van de richtlijn. De stellingen van eiser over recente aanslagen en vermeende nalatigheid in het ambtsbericht werden onvoldoende onderbouwd bevonden.
Daarnaast concludeerde de rechtbank dat eiser toerekenbaar geen reisdocumenten had overgelegd en dat zijn asielrelaas onvoldoende geloofwaardig was vanwege tegenstrijdigheden en gebrek aan bewijs. Ook het beroep op medische gronden voor bescherming faalde wegens gebrek aan onderbouwing. Het verzoek tot aanhouding van de procedure voor prejudiciële vragen aan het HvJEG werd afgewezen.
Samenvattend werd het beroep ongegrond verklaard omdat eiser geen aanspraak kon maken op een verblijfsvergunning op grond van de aangevoerde gronden, noch op individuele bescherming, noch op bescherming op basis van de algemene veiligheidssituatie in Irak.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag verblijfsvergunning asiel wordt afgewezen.