ECLI:NL:RBSGR:2009:BK6566
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen ongewenstverklaring en afwijzing aanvraag voortgezet verblijf vreemdeling
Verzoekster, van Belarussische nationaliteit, is ongewenst verklaard door de staatssecretaris van Justitie vanwege een veroordeling voor diefstal met geweld en het vormen van een gevaar voor de openbare orde. Zij verzocht om een voorlopige voorziening tegen deze ongewenstverklaring en tegen de afwijzing van haar aanvraag voor voortgezet verblijf.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoekster onvoldoende heeft onderbouwd dat zij bij terugkeer een reëel risico loopt op een schending van artikel 3 EVRM Pro, ondanks verwijzing naar een algemene brief van La Strada Belarus. Ook haar beroep op artikel 8 EVRM Pro inzake haar privéleven en gezinsleven wordt niet voldoende geacht om de ongewenstverklaring te weerleggen.
Verder wordt geoordeeld dat de ongewenstverklaring geen strafrechtelijke bestraffing is, maar een maatregel vanwege verstoring van de openbare orde, waardoor het beroep op artikel 6 EVRM Pro faalt. Omdat de ongewenstverklaring voortduurt, heeft verzoekster geen belang bij toetsing van de afwijzing van haar aanvraag voortgezet verblijf.
De rechtbank wijst daarom zowel het verzoek om voorlopige voorziening tegen de ongewenstverklaring als tegen de afwijzing van de aanvraag voortgezet verblijf af. Er worden geen proceskosten aan partijen opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de ongewenstverklaring en afwijzing van de aanvraag voortgezet verblijf wordt afgewezen.