ECLI:NL:RBSGR:2009:BK6558
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting wegens mvv-vereiste
Verzoekster diende op 16 juni 2009 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor verblijf bij haar partner. Bij de aanvraag werd een terugkeervisum met arbeidstoestemming afgegeven, waarop verzoekster vertrouwde. Tijdens de procedure reisde zij naar haar land van herkomst en vroeg geen machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan, omdat zij dacht vrijgesteld te zijn van dit vereiste.
Verweerder wees de aanvraag af wegens het ontbreken van een geldige mvv, en verklaarde het bezwaar ongegrond. Verzoekster stelde dat verweerder in strijd handelde met het vertrouwensbeginsel en rechtszekerheidsbeginsel door alsnog het mvv-vereiste toe te passen. De voorzieningenrechter oordeelde dat deze grond niet van voorbaat ongegrond was.
De voorzieningenrechter vond dat het belang van verzoekster om in Nederland te blijven en het beroep af te wachten zwaarder woog dan het belang van verweerder bij uitzetting. Daarom werd de voorlopige voorziening toegewezen, verweerder verboden verzoekster uit te zetten en werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De uitspraak werd op 25 november 2009 in het openbaar gedaan door de voorzieningenrechter J.I. de Vreese-Rood. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting van verzoekster wordt verboden totdat op het beroep is beslist.