ECLI:NL:RBSGR:2009:BK6411
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- M.Th. Nijhuis
- Rechtspraak.nl
Geen verplichte accountantscontrole voor kleine N.V. volgens artikel 2:396 BW
In deze zaak vordert een aandeelhouder dat de vennootschap Rhine-Danube Line I Nederland N.V. (RDL) en haar bestuurder worden veroordeeld tot het geven van een opdracht aan een accountant voor controle van de jaarrekeningen 2006, 2007 en 2008. De aandeelhouder baseert zijn vordering op artikel 2:393 BW Pro en de statuten van RDL, die een accountantscontrole voorschrijven.
RDL voert verweer dat zij kwalificeert als een "kleine" vennootschap in de zin van artikel 2:396 lid 1 BW Pro, waardoor zij geen accountantscontrole hoeft te laten uitvoeren. De voorzieningenrechter acht dit verweer aannemelijk gelet op de gedeponeerde jaarrekeningen en de brief van de accountant, die bevestigt dat RDL niet de criteria voor een middelgrote of grote vennootschap overschrijdt. Ook is de feitelijke exploitatie van cruiseschepen in 2007 beëindigd.
De voorzieningenrechter concludeert dat RDL geen wettelijke of statutaire verplichting heeft tot accountantscontrole over de genoemde jaren. De stelling van de aandeelhouder dat er een vrijwillige toezegging tot controle is gedaan, wordt niet voldoende onderbouwd. De vordering wordt daarom afgewezen en de aandeelhouder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Deze uitspraak benadrukt het belang van de kwalificatie van een vennootschap als klein of middelgroot voor de verplichting tot accountantscontrole en bevestigt dat een aandeelhouder niet zonder meer een controle kan afdwingen als de vennootschap aan de criteria voor vrijstelling voldoet.
Uitkomst: De vordering tot het opleggen van accountantscontrole aan RDL wordt afgewezen omdat RDL kwalificeert als kleine vennootschap zonder verplichting tot controle.