ECLI:NL:RBSGR:2009:BK5867
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toepassing artikel 64 Vreemdelingenwet wegens ontbreken medische noodsituatie
Eiser, van Kameroense nationaliteit, verzocht om toepassing van artikel 64 Vreemdelingenwet Pro 2000, dat uitzetting opschort indien reizen medisch onverantwoord is. Verweerder wees dit verzoek af op basis van medische adviezen van het Bureau Medische Advisering (BMA), waarin werd geconcludeerd dat eiser onder bepaalde voorwaarden kan reizen en geen medische noodsituatie op korte termijn verwacht wordt.
Eiser voerde aan dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid en onvoldoende gemotiveerd, en dat verweerder niet duidelijk had gemaakt hoe medische voorzieningen tijdens de reis zouden worden getroffen. De rechtbank stelde vast dat eiser geen concrete medische tegenbewijsstukken had aangeleverd om twijfel te zaaien over de BMA-adviezen, die als objectief en deskundig werden beschouwd.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht van de adviezen was uitgegaan en dat het ontbreken van nadere specificatie over medische voorzieningen tijdens de reis het besluit niet onzorgvuldig maakt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat het belang was komen te vervallen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om toepassing van artikel 64 Vreemdelingenwet wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.