ECLI:NL:RBSGR:2009:BK5599
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening huisverbod wegens huiselijk geweld
Op 31 augustus 2009 legde de burgemeester van Den Haag een huisverbod op aan verzoeker wegens dreiging van huiselijk geweld jegens zijn echtgenote en hun minderjarige kind. Verzoeker stelde beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om het huisverbod op te heffen en het contact met zijn kind te herstellen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het besluit zorgvuldig was voorbereid en dat verzoeker voldoende gelegenheid had gehad zijn zienswijze mondeling kenbaar te maken. De stelling dat hij psychologische bijstand had moeten krijgen bij het horen werd verworpen vanwege het spoedeisende karakter van het besluit.
Uit de stukken en het verhoor bleek dat verzoeker zijn echtgenote meerdere malen mishandeld had en haar op 31 augustus 2009 had bedreigd, onder meer via telefoongesprekken en sms-berichten. De voorzieningenrechter vond het belang van de vrouw en het kind om bescherming te krijgen zwaarder wegen dan het belang van verzoeker om snel terug te keren naar de woning.
Het verzoek om contactherstel met het minderjarige kind kon niet in deze procedure worden toegewezen vanwege het ontbreken van een wettelijke grondslag en omdat de hulpverlening nog niet op gang was gekomen. De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het huisverbod wordt afgewezen en het beroep ongegrond verklaard.