ECLI:NL:RBSGR:2009:BK5380
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onrechtmatige uitvoering vervangende hechtenis door de Staat
Eiser was veroordeeld tot schadevergoedingsmaatregelen die hij niet volledig had voldaan, waarna het CJIB overging tot incasso via beslaglegging en uiteindelijk tot vervangende hechtenis. Eiser stelde dat de Staat onrechtmatig handelde door de hechtenis uit te voeren, omdat hij meende dat er sprake was van een impliciete betalingsregeling en dat zijn afloscapaciteit onvoldoende werd erkend.
De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van een betalingsregeling na afwijzing van het voorstel door het CJIB en dat het inschakelen van een deurwaarder het traject van betalingsregeling had afgesloten. Het CJIB heeft beleidsvrijheid bij de uitvoering van schadevergoedingsmaatregelen en heeft geen misbruik gemaakt van zijn bevoegdheid door in zaak 2 geen betalingsregeling toe te staan vanwege een arrestatiebevel.
Verder werd overwogen dat de onvermogendheid van eiser geen reden is voor invrijheidstelling en dat de gevolgen van de hechtenis voor eiser, zoals het stopzetten van zijn uitkering en verlies van woonruimte, voor zijn eigen rekening en risico zijn. De vordering tot ontslag uit hechtenis en schadevergoeding werd daarom afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af en oordeelt dat de Staat niet onrechtmatig handelt door de vervangende hechtenis ten uitvoer te leggen.