ECLI:NL:RBSGR:2009:BK4918
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering ambtsberichten
Eiser, een Syrische vreemdeling, diende meerdere asielaanvragen in die steeds werden afgewezen. In de procedure richtte hij zich op een brief van de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie van 24 oktober 2006, waarin werd erkend dat signaleringslijsten van gezochte Syriërs onvolledig zijn vanwege de complexe veiligheidsdiensten in Syrië. Eiser stelde dat eerdere individuele ambtsberichten van de Minister van Buitenlandse Zaken, waarop het afwijzingsbesluit was gebaseerd, niet authentiek waren en dat verweerder geen inzage had in de onderliggende stukken, waardoor het oordeel over zijn asielrelaas mogelijk onjuist was.
De rechtbank achtte het noodzakelijk de onderliggende stukken op te vragen, maar de Minister van Buitenlandse Zaken weigerde deze volledig te overleggen met beroep op artikel 8:29 Awb Pro. De rechtbank oordeelde dat deze weigering voor rekening en risico van verweerder komt, waardoor de brief van 24 oktober 2006 als nieuw feit moet worden beschouwd. De rechtbank kon daardoor het bestreden besluit inhoudelijk toetsen.
De rechtbank stelde vast dat het bestreden besluit was gebaseerd op ambtsberichten waarvan de juistheid niet kon worden vastgesteld door het ontbreken van inzage in de onderliggende stukken. Dit leidde tot het oordeel dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was in strijd met artikel 3:46 Awb Pro. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en verweerder wordt veroordeeld tot het nemen van een nieuw besluit.