ECLI:NL:RBSGR:2009:BK4699
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van wettig bewijs voor dwang tot seksueel binnendringen
De rechtbank 's-Gravenhage heeft op 27 november 2009 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van het dwingen tot seksuele handelingen met seksueel binnendringen van het lichaam van meerdere benadeelden. De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van drie jaar en terbeschikkingstelling met dwangverpleging.
Uit het onderzoek bleek dat verdachte seksuele gemeenschap had gehad met één van de benadeelden, [C], maar dat zij hiermee had ingestemd en dat er geen sprake was van dwang door geweld of andere feitelijkheden. De verklaringen van de andere benadeelden wezen erop dat verdachte misbruik maakte van zijn overwicht en misleiding toepaste om hen tot seksuele handelingen te bewegen, maar dat er geen sprake was van feitelijke dwang zoals bedoeld in artikel 242 Sr Pro.
De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte door feitelijke dwang seksuele handelingen had afgedwongen. De vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelden werden afgewezen omdat verdachte werd vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten. De benadeelden werd geadviseerd hun vorderingen bij de burgerlijke rechter aan te brengen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor dwang tot seksuele handelingen.