ECLI:NL:RBSGR:2009:BK4694
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verbod op overlevering aan Duitsland wegens medische gronden
Eiser werd op grond van een Europees Arrestatiebevel gezocht door Duitsland wegens drugshandel en zat in overleveringsdetentie in Nederland. Eiser stelde dat hij vanwege ernstige medische klachten detentieongeschikt was en verzocht om opheffing of schorsing van de bewaring. Diverse medische rapporten, waaronder van een psychiater en neuroloog, wezen op ernstige klachten maar boden geen sluitende onderbouwing voor detentieongeschiktheid.
De officier van justitie beloofde evaluatie van de medische situatie, maar dit onderzoek vond pas na geruime tijd plaats. Een forensisch psychiater concludeerde dat eiser niet detentieongeschikt was en dat medische zorg ook in Duitsland adequaat zou zijn. De rechtbank oordeelde dat de beoordeling van humanitaire gronden exclusief aan de officier van justitie toekomt en dat diens oordeel marginaal getoetst kan worden.
De rechtbank vond dat het medisch onderzoek voldoende was en dat de Duitse autoriteiten de benodigde zorg kunnen bieden. Het verhoogde suïciderisico was onvoldoende aannemelijk. Het verzoek tot verbod op overlevering werd afgewezen en partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot verbod op overlevering aan Duitsland wegens medische gronden wordt afgewezen.