ECLI:NL:RBSGR:2009:BK4573
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Letselschadevergoeding na verkeersongeval en discussie over bindende eindbeslissingen
In deze letselschadezaak vordert eiser vergoeding van schade geleden door een ongeval in 1990, waarbij discussie bestaat over drie hoofdpunten: de eigen schuld van eiser, de uitgangspunten voor vervroegde uittreding zonder ongeval en de hoogte van betaalde voorschotten door Centraal Beheer.
Eiser betoogt dat nieuwe jurisprudentie van het HvJEG aanleiding geeft om terug te komen op de bindende eindbeslissing dat hij 25% eigen schuld draagt. De rechtbank oordeelt echter dat deze beslissing juridisch juist is en niet wordt teruggenomen. Ook de keuze van een vervroegde uittredingsleeftijd van 55 jaar wordt bevestigd, ondanks de stelling van eiser dat NAM/Shell geen VUT-regeling kent.
Verder wordt vastgesteld dat er onenigheid bestaat over de betaalde voorschotten, waarvoor Centraal Beheer bewijsstukken moet overleggen. De rechtbank wijst op de noodzaak van een comparitie om de resterende geschilpunten te bespreken en een minnelijke schikking te beproeven. Tevens worden diverse onderdelen van de schadeberekening en kosten besproken, waarbij sommige kosten worden toegewezen en andere afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de bindende eindbeslissingen over eigen schuld en vervroegde uittreding en gelast een comparitie voor verdere bespreking van schade en voorschotten.