ECLI:NL:RBSGR:2009:BK4525
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ononderbroken verblijf en Dublinclaim bij pardonregeling verblijfsvergunning
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie om hem geen verblijfsvergunning te verlenen op grond van de pardonregeling, omdat hij sinds 1 april 2001 niet ononderbroken in Nederland verbleef. Verweerder stelde dat eiser aantoonbaar was vertrokken naar Frankrijk, waar hij een Dublinclaim en een asielaanvraag had ingediend.
De rechtbank oordeelde dat een asielaanvraag in een ander land in beginsel de intentie tot vestiging in dat land impliceert, en dat het aan de vreemdeling is om dit te weerleggen. Eiser slaagde hier niet in, ondanks zijn stelling dat hij uit wanhoop een kort verblijf had en snel terugkeerde naar Nederland.
Verder verwierp de rechtbank het beroep op het gelijkheidsbeginsel en de toepassing van artikel 4:84 Awb Pro, omdat medische omstandigheden niet relevant zijn voor de pardonregeling. Ook werd geoordeeld dat het bezwaar kennelijk ongegrond was, waardoor het horen van eiser niet verplicht was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af, waarmee de uitzetting van eiser mogelijk blijft.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.