ECLI:NL:RBSGR:2009:BK4212
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ongewenstverklaring vreemdeling wegens vals paspoort en geweldssituatie Irak
Eiser is ongewenst verklaard op grond van artikel 67, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 vanwege het gebruik van valse paspoorten bij in- en uitreis en een veroordeling tot een maand gevangenisstraf. Hij betwist deze ongewenstverklaring en voert onder meer aan dat het gebruik van valse documenten niet tot ongewenstverklaring had mogen leiden en dat de situatie in Irak zodanig is verslechterd dat terugkeer in strijd is met artikel 3 EVRM Pro.
De rechtbank overweegt dat het bestreden besluit terecht is genomen, mede omdat eiser niet te goeder trouw heeft gehandeld en de strafrechtelijke veroordeling een geldige grond voor ongewenstverklaring vormt. De rechtbank wijst het beroep af omdat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zijn terugkeer naar Irak een schending van artikel 3 EVRM Pro oplevert.
Verder oordeelt de rechtbank dat het beroep op artikel 15 van Pro de Definitierichtlijn, dat bescherming biedt bij ernstige en individuele bedreiging door willekeurig geweld, niet slaagt. De rechtbank volgt de uitleg van de Afdeling bestuursrechtspraak en het Hof van Justitie dat deze bescherming alleen geldt in uitzonderlijke situaties van zeer hoog geweldsniveau, wat niet op eiser van toepassing is.
De rechtbank concludeert dat de ongewenstverklaring niet onrechtmatig is en dat het beroep ongegrond is. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard en het besluit gehandhaafd.