ECLI:NL:RBSGR:2009:BK4183
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens onrechtmatige inbewaringstelling en niet-illusoir overdracht aan Italië
De rechtbank 's-Gravenhage heeft op 11 november 2009 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak over de maatregel van bewaring opgelegd aan een Somalische vreemdeling. De bewaring was opgelegd in het kader van een terugnameverzoek door Italië op grond van de Dublin II-verordening. De eiser stelde dat de overdracht aan Italië niet illusoir was en dat de voorlopige voorziening in Nederland mocht worden afgewacht. Tevens werd aangevoerd dat de bewaring onrechtmatig was.
De rechtbank overwoog dat Italië niet binnen de wettelijke termijn van twee weken had gereageerd op het terugnameverzoek, waardoor fictieve instemming was ontstaan. De overdracht moest uiterlijk binnen zes maanden na instemming plaatsvinden, dus uiterlijk 11 december 2009. De geplande overdracht op 16 november 2009 lag ruim binnen deze termijn, en organisatorische voorbereidingen konden ook binnen de termijn worden afgerond. Hierdoor was de overdracht niet illusoir.
Verder werd vastgesteld dat de gemachtigde van eiser pas op 2 november 2009 op de hoogte was gesteld van de overdrachtsdatum, waardoor het verzoek om een voorlopige voorziening niet eerder kon worden ingediend. Verweerder had ook nagelaten de rechtbank te verzoeken de voorlopige voorziening met voorrang te behandelen, wat gebruikelijk was geweest. De rechtbank oordeelde dat de bewaring onrechtmatig was en dat de voorlopige voorziening in Nederland mocht worden afgewacht.
De rechtbank wees het beroep van eiser toe, beval onmiddellijke opheffing van de bewaring, kende een schadevergoeding van €825 toe voor de ten onrechte doorgebrachte dagen in bewaring en veroordeelde verweerder in de proceskosten van €644.
Uitkomst: Bewaring wordt opgeheven wegens onrechtmatigheid en overdracht aan Italië is niet illusoir; schadevergoeding en proceskosten worden toegekend.