ECLI:NL:RBSGR:2009:BK4048
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van der Poort-Schoenmakers
- Honée
- Meessen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verkrachting en veroordeling voor drugshandel en wapenbezit
De rechtbank 's-Gravenhage sprak verdachte vrij van verkrachting omdat de verklaring van het slachtoffer onvoldoende werd ondersteund door andere bewijsmiddelen om dwang aan te tonen. Getuigenverklaringen en het ontbreken van medische bewijzen ondersteunden dit oordeel. Wel achtte de rechtbank bewezen dat verdachte in bezit was van een voor verdere verspreiding geschikte hoeveelheid cocaïne en munitie van categorie III.
De rechtbank oordeelde dat verdachte moreel laakbaar had gehandeld door een minderjarige alcohol en drugs aan te bieden en seks met haar te hebben, maar dit was onvoldoende voor een veroordeling wegens verkrachting. Verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie maanden, met aftrek van voorarrest, voor de drug- en wapenfeiten.
Verder werden diverse inbeslaggenomen voorwerpen verbeurd verklaard of onttrokken aan het verkeer, terwijl andere werden teruggegeven aan verdachte of het slachtoffer. De vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer werd niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte werd vrijgesproken van het verkrachtingsfeit.
De rechtbank benadrukte het belang van de straf en de persoonlijke omstandigheden van verdachte bij de strafoplegging. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 20 november 2009.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van verkrachting en veroordeeld tot 3 maanden gevangenisstraf voor bezit van cocaïne en munitie.