ECLI:NL:RBSGR:2009:BK3741
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid eiser in vordering tot onmiddellijke invrijheidstelling wegens openstaande strafrechtelijke rechtsgang
Eiser is aangehouden en in voorlopige hechtenis gesteld wegens verdenking van overtreding van de Opiumwet. Na diverse beschikkingen en aanhoudingen heeft de rechtbank Rotterdam zich onbevoegd verklaard om kennis te nemen van de strafzaak, waarna eiser opnieuw in bewaring werd gesteld. Eiser vordert in kort geding onmiddellijke invrijheidstelling en een voorschot op schadevergoeding wegens vermeende onrechtmatige voorlopige hechtenis.
De rechtbank overweegt dat het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 25 september 2009, waarin artikel 72 lid 2 Sv Pro is toegepast, ten grondslag ligt aan de voorlopige hechtenis. Het is aan de strafrechter in hoger beroep om over de rechtmatigheid te oordelen. Dit biedt een voldoende met waarborgen omklede strafrechtelijke rechtsgang. Daarnaast is er een procedure ex artikel 69 Sv Pro voor opheffing van voorlopige hechtenis.
Gezien het bestaan van deze rechtsgangen verklaart de voorzieningenrechter eiser niet-ontvankelijk in zijn vorderingen tot onmiddellijke invrijheidstelling en schadevergoeding. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die ontvankelijkheid in kort geding rechtvaardigen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering tot onmiddellijke invrijheidstelling en schadevergoeding.