ECLI:NL:RBSGR:2009:BK3433
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit buitenbehandelingstelling aanvraag verblijfsvergunning voortgezet verblijf
Eiser, een Turkse nationaliteit bezittende vreemdeling, werd bij besluit van 17 september 2008 ongewenst verklaard op grond van artikel 67, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 vanwege een onherroepelijke gevangenisstraf in Duitsland voor drugshandel en lidmaatschap van een criminele organisatie.
Eiser had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf, die op 15 augustus 2008 buiten behandeling werd gesteld wegens het niet betalen van leges. Tegen deze besluiten werden bezwaren ingediend die door verweerder ongegrond werden verklaard. De rechtbank oordeelt dat het bezwaar tegen de ongewenstverklaring tijdig was, omdat het besluit pas op 28 januari 2009 aan de gemachtigde van eiser was bekendgemaakt.
De rechtbank stelt vast dat verweerder bevoegd was om eiser ongewenst te verklaren en dat de belangenafweging zorgvuldig is gemaakt. Het beroep tegen de ongegrondverklaring van het bezwaar tegen de ongewenstverklaring wordt daarom ongegrond verklaard.
Echter, ten aanzien van het besluit tot buitenbehandelingstelling van de aanvraag verblijfsvergunning oordeelt de rechtbank dat verweerder ten onrechte het bezwaar ongegrond heeft verklaard enkel op grond van de ongewenstverklaring, terwijl de aanvraag zelf niet was afgewezen. Dit leidt tot vernietiging van het besluit en de verplichting voor verweerder om een nieuw besluit te nemen.
Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en dient het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden.
Uitkomst: Beroep tegen ongegrondverklaring bezwaar ongewenstverklaring ongegrond, beroep tegen buitenbehandelingstelling gegrond, besluit vernietigd en proceskosten toegekend.