ECLI:NL:RBSGR:2009:BK3272
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.E.C. Bakker
- K.J. Veenstra
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring van vreemdeling met Letse verblijfsvergunning en toekenning schadevergoeding
Eiser, houder van een vreemdelingenpaspoort en verblijfsvergunning van Letland, werd op 5 oktober 2009 in bewaring gesteld door de Nederlandse autoriteiten. Volgens eiser had hij recht op vrij verblijf in Nederland op grond van artikel 21 van Pro de Schengenuitvoeringsovereenkomst (SUO) en aanverwante regelgeving, omdat hij rechtmatig in de EU verbleef en zich nog binnen de termijn van drie dagen na binnenkomst moest melden.
De rechtbank stelde vast dat eiser minder dan drie dagen in Nederland verbleef toen hij werd aangehouden en dat hij zich derhalve nog niet had hoeven melden bij de korpschef, zoals vereist volgens artikel 4.48 van het Vreemdelingenbesluit 2000. Verweerder betoogde dat het Letse vreemdelingenpaspoort slechts een reisdocument was en dat eiser geen geldige verblijfsvergunning had overgelegd, maar de rechtbank concludeerde op basis van de verklaringen van eiser dat hij staatloos was en rechtmatig verbleef.
De rechtbank oordeelde dat de bewaring onrechtmatig was omdat eiser rechtmatig verbleef en de niet-melding nog niet kon worden tegengeworpen. De maatregel van bewaring werd daarom als onrechtmatig beoordeeld. De rechtbank kende een schadevergoeding toe voor negen dagen onrechtmatige bewaring en veroordeelde de Staat tot betaling van proceskosten. Het beroep werd gegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en kent een schadevergoeding toe wegens onrechtmatige bewaring.