ECLI:NL:RBSGR:2009:BK3136
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op verblijfsvergunning op grond van Regeling Afwikkeling Nalatenschap Vreemdelingenwet
Eiser, van Ethiopische nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van de Regeling Afwikkeling Nalatenschap Vreemdelingenwet (oud). Verweerder wees dit af omdat eiser na 1 april 2001 aantoonbaar Nederland had verlaten, onder meer door asielaanvragen in Denemarken en IJsland, en daarmee niet voldeed aan de voorwaarden van de Regeling.
Eiser voerde aan dat het onderscheid tussen vreemdelingen die wel en niet aan de vertrekplicht voldeden willekeurig en onrechtvaardig was, en dat hij vanwege langdurig verblijf in Nederland en pogingen om aan de wet te voldoen, recht had op afwijking van het beleid op grond van artikel 4:84 Awb Pro. Ook stelde hij dat hij ten onrechte niet was gehoord.
De rechtbank oordeelde dat het onderscheid in de Regeling een bewuste beleidskeuze was, onderbouwd door parlementaire stukken en het standpunt van de staatssecretaris van Justitie. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat vergelijkbare gevallen niet gelijk waren en een ambtelijke misslag geen rechtvaardiging bood voor afwijking van het beleid. Daarnaast was het bezwaar kennelijk ongegrond, waardoor het afzien van een hoorzitting gerechtvaardigd was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees verzoeken tot vergoeding van griffierechten en proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit om geen verblijfsvergunning te verlenen op grond van de Regeling wordt ongegrond verklaard.