ECLI:NL:RBSGR:2009:BK3117
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering voorschot schadevergoeding wegens onduidelijkheid verhuurbare vloeroppervlakte kantoorpand
Eiser kocht een kantoorpand waarbij in de objectinformatie een verhuurbare vloeroppervlakte (vvo) van circa 840 m² werd vermeld. Later bleek uit een meetrapport dat de vvo aanzienlijk lager was, namelijk 743,6 m² met glaslijncorrectie. Eiser vorderde een voorschot op schadevergoeding wegens dit verschil, stellende dat dit leidde tot lagere huuropbrengsten en waardevermindering.
Gedaagden voerden verweer dat het spoedeisend belang ontbrak en betwistten de juistheid van het meetrapport. De rechtbank oordeelde dat het verschil in vloeroppervlakte een belangrijke rol speelt en dat onvoldoende duidelijk is hoe de vvo in beide rapporten is vastgesteld, mede door onduidelijkheid over de toepassing van de NEN 2580 norm en de berekening van gemeenschappelijke ruimten.
De voorzieningenrechter stelde vast dat een deskundige nodig is om te bepalen wat als verhuurbaar vloeroppervlak mag worden gerekend en hoe de NEN-normen moeten worden toegepast. Omdat benoeming van een deskundige buiten het bestek van het kort geding valt, was de vordering onvoldoende aannemelijk en werd het gevorderde voorschot afgewezen. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot voorschot op schadevergoeding wegens verschil in verhuurbare vloeroppervlakte wordt afgewezen.