ECLI:NL:RBSGR:2009:BK1467
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing journalistieke exceptie bij verwijdering persoonsgegevens van universitaire website
Eiser had in 2003 meegewerkt aan een artikel waarin zijn volledige naam werd genoemd, gepubliceerd op de website van de Rijksuniversiteit Groningen. Hij verzocht de verwijdering van zijn achternaam op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Verweerder wees dit bezwaar af, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank stelde vast dat de journalistieke exceptie van artikel 3 Wbp Pro van toepassing is, omdat de gegevensverwerking uitsluitend journalistieke doeleinden diende. Hierdoor is de Wbp niet van toepassing en is het bezwaar niet-ontvankelijk. Daarnaast was het beroepschrift te laat ingediend, maar de termijnoverschrijding werd verschoonbaar geacht vanwege het vertrouwen dat eiser had in de opgeschorte beroepstermijn door bemiddeling van het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP).
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en besloot zelf in de zaak te voorzien, waarbij het griffierecht aan eiser werd vergoed. Tevens werd vastgesteld dat de weigering tot verwijdering van persoonsgegevens geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is, omdat het verzoek niet onder artikel 36 Wbp Pro valt en geen rechtsgevolg heeft.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd; eiser krijgt vergoeding van het griffierecht.