ECLI:NL:RBSGR:2009:BK0230
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Weigering ontheffing gebruik bedrijfsruimte voor kinderopvang niet gerechtvaardigd
Verzoekers, vennoten van een vennootschap onder firma, wilden een kinderdagverblijf vestigen in een bedrijfsruimte te Rijswijk. De gemeente weigerde een ontheffing van het bestemmingsplan te verlenen omdat het gebruik niet zou passen binnen de gewenste toekomstige ontwikkelingen en het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan was vastgesteld als uitwerkingsplan onder de Woningwet 1962 en bevatte geen gebruiksvoorschriften.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het voorgenomen gebruik als kinderdagverblijf niet binnen de bestemming viel, maar dat er ook geen gebruiksverbod gold omdat het bestemmingsplan geen gebruiksvoorschriften bevatte. Artikel 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) was niet van toepassing op dit voor 1 juli 2008 vastgestelde plan, gelet op de jurisprudentie van de Raad van State en het rechtszekerheidsbeginsel.
Hierdoor was geen ontheffing vereist en was het besluit van de gemeente om de ontheffing te weigeren onrechtmatig. De voorzieningenrechter vernietigde het besluit, stelde het beroep gegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierechten en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van ontheffing wordt vernietigd omdat geen ontheffing vereist is.