ECLI:NL:RBSGR:2009:BK0026
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen niet-tijdig ingediend bezwaar pardonregeling
Verzoeker maakte op 27 januari 2009 bezwaar tegen de ambtshalve weigering van een aanbod op grond van de pardonregeling, terwijl hij op 5 september 2008 al op de hoogte was van deze weigering. De bezwaarperiode van vier weken was daarmee verstreken. Verzoeker stelde dat hij niet tijdig bezwaar kon indienen omdat hij onjuist was geïnformeerd door INOVA Vluchtelingenwerk en een advocaat dat bezwaar niet mogelijk was.
De voorzieningenrechter erkende dat verzoeker hierdoor in de veronderstelling verkeerde dat bezwaar niet mogelijk was, maar oordeelde dat verzoeker vanaf 1 januari 2009 bekend was met de mogelijkheid tot bezwaar. Volgens vaste jurisprudentie had hij dan zo spoedig mogelijk bezwaar moeten maken, wat niet gebeurde. Het bezwaar werd daarom niet als tijdig of verschoonbaar beschouwd.
Verder werd vastgesteld dat verzoeker in 2002 enige tijd in Duitsland verbleef, wat de kans op succes van het bezwaar verder beperkte. De voorzieningenrechter concludeerde dat het bezwaar niet-ontvankelijk was en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er werden geen proceskosten toegekend en tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen omdat het bezwaar niet tijdig was ingediend en niet-verschoonbaar was.