ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ9583
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- H.F.M. Hofhuis
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verbod tenuitvoerlegging gevangenisstraf met tijdelijke maatregel gratieverzoek
Eiser is in 1996 door het gerechtshof veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar en zes maanden wegens valsheid in geschrifte en belastingontduiking. Na verwerping van cassatie werd het arrest in 1998 onherroepelijk. Eiser vertrok in 1997 naar Frankrijk, maar zijn adres werd niet correct verwerkt in de gemeentelijke basisadministratie, waardoor hij internationaal werd gesignaleerd en pas in 2006 werd aangehouden.
Na een gratieverlening in 2006 waarbij de straf met één jaar werd verminderd, werd eiser in 2009 opnieuw aangehouden voor de tenuitvoerlegging van het resterende deel van de straf. Eiser vorderde in kort geding een verbod op tenuitvoerlegging wegens de uitzonderlijk lange vertraging van ruim 11 jaar, die niet aan hem te wijten was.
De rechtbank oordeelt dat het openbaar ministerie verplicht is onherroepelijke vonnissen uit te voeren en dat de burgerlijke rechter slechts in uitzonderlijke gevallen kan ingrijpen. Er is geen schending van fundamentele rechten zoals artikel 6 EVRM Pro, dat niet ziet op de tenuitvoerlegging. Wel wordt een voorlopige maatregel getroffen zodat eiser in vrijheid kan wachten op een nieuw gratieverzoek, mede vanwege de lange en niet aan hem toe te rekenen vertraging.
Het verbod op tenuitvoerlegging wordt uitgesproken onder de voorwaarde dat het vervalt indien eiser niet binnen een gestelde termijn een gratieverzoek indient of na een maand na de beslissing daarop. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Verbod op tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf wordt afgewezen, maar voorlopige maatregel geeft eiser gelegenheid in vrijheid op gratiebeslissing te wachten.