ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ9028
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. van Kempen
- Rechtspraak.nl
Gouden handdruk niet in aanmerking te nemen bij landbouwvrijstelling bij verkoop tuinbouwbedrijf
Eiser verkocht in 2004 zijn tuinbouwbedrijf, bestaande uit grond en opstallen, en betaalde een gouden handdruk aan een werknemer die wegens staking moest worden ontslagen. De inspecteur rekende deze gouden handdruk mee bij de bepaling van de landbouwvrijstelling in de inkomstenbelasting. De rechtbank stelde vast dat de gouden handdruk onmiskenbaar een negatief bestanddeel is van de directe opbrengstwaarde van het bedrijf als geheel, maar niet van de directe opbrengstwaarde van de grond.
De rechtbank overwoog dat de gouden handdruk geen waardeverandering van de grond vertegenwoordigt en daarom buiten beschouwing moet blijven bij de bepaling van het bedrag van de landbouwvrijstelling. Dit oordeel werd gebaseerd op de tekst van artikel 3.12, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, die alleen voordelen uit waardeveranderingen van gronden vrijstelt.
Eiser voerde aan dat het gelijkheidsbeginsel en de redelijkheid en billijkheid in het geding waren omdat gouden handdrukken bij ontslag om andere redenen wel aftrekbaar zijn. De rechtbank vond dit niet relevant omdat de gouden handdruk hier niet samenhangt met een waardeverandering van de grond. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en verminderde de aanslag tot een belastbaar inkomen van € 28.251,-. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting werd verminderd tot een belastbaar inkomen van € 28.251,- omdat de gouden handdruk niet in aanmerking wordt genomen bij de landbouwvrijstelling.