ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ8982
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Vink
- L. de Loor-Alwin
- I. Obbink-Reijngoud
- Rechtspraak.nl
Loonheffing over verhaalde WGA-premie moet worden verminderd als negatief loon
Eiser maakte bezwaar tegen de inhouding van loonheffing over de maand maart 2007, waarbij zijn werkgever een deel van de WGA-premie op hem had verhaald. De werkgever had de helft van de verschuldigde gedifferentieerde WGA-premie, € 15,94, op het nettoloon van eiser verhaald zonder dit op het tabelloon in mindering te brengen.
De rechtbank stelde vast dat de WIA, die de WGA-regeling omvat, sinds 1 januari 2006 van kracht is en dat de werkgever op grond van de Wet financiering sociale verzekeringen tot maximaal de helft van de WGA-premie op de werknemer mag verhalen. De vraag was of deze verhaalde premie in mindering moet worden gebracht op het bruto tabelloon of op het loon waarover loonheffing is ingehouden.
De rechtbank oordeelde dat de verhaalde WGA-premie haar oorzaak vindt in de dienstbetrekking en dat eiser hiervoor geen andere tegenprestatie dan zijn loon heeft ontvangen. Omdat de rechten op een WGA-uitkering voortvloeien uit de WIA en niet uit de dienstbetrekking, kan eiser aan de premie geen extra rechten ontlenen. Hierdoor is eiser door het verhaal verarmd en moet de premie als negatief loon worden aangemerkt.
De inhouding van loonheffing over dit bedrag moet daarom worden verminderd met € 6,70. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en veroordeelde de Belastingdienst tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Eiser was niet verschenen bij de zitting, maar het beroep werd toch behandeld.
Uitkomst: De loonheffing over de verhaalde WGA-premie wordt verminderd met € 6,70 en het beroep van eiser wordt gegrond verklaard.