ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ8883
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen tenuitvoerlegging voorwaardelijk ontslag wegens plichtsverzuim politieambtenaar
Verzoeker, een politieambtenaar, werd in 2004 voorwaardelijk ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim, met een proeftijd tot 1 september 2008. Na vermeend nieuw plichtsverzuim in 2005-2007 besloot de korpschef het ontslag per 1 mei 2009 ten uitvoer te leggen. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het besluit van 2004 rechtsgeldig is en dat het huidige besluit slechts de tenuitvoerlegging betreft, geen nieuw ontslagbesluit. De rechtbank oordeelde dat het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel niet zijn geschonden en dat een onevenredigheidstoetsing niet vereist is.
De gedragingen die aan verzoeker werden verweten, zoals het onjuist opbergen van het dienstwapen en het raadplegen van systemen voor privédoeleinden, werden deels als plichtsverzuim erkend. Andere beschuldigingen, waaronder huiselijk geweld en het tonen van het dienstwapen aan derden, werden onvoldoende onderbouwd bevonden.
De voorzieningenrechter concludeerde dat de korpschef in redelijkheid tot tenuitvoerlegging van het ontslagbesluit kon besluiten en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk ontslag wordt afgewezen.