ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ7652
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing tijdelijk huisverbod wegens gokverslaving en huiselijk geweld
Op 8 mei 2009 deed de vriendin van verzoeker aangifte van mishandeling en vernieling door verzoeker. Verzoeker werd op 9 mei 2009 aangehouden wegens bedreiging binnenshuis en kreeg een tijdelijk huisverbod opgelegd van 9 tot 19 mei 2009. Verzoeker stelde dat het huisverbod onterecht was omdat er geen fysiek geweld was gebruikt en het incident eenmalig was. Ook stelde hij dat zijn vriendin onder druk van maatschappelijke instanties de aangifte had gedaan en later wilde intrekken.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de aanwezigheid van verzoeker in de woning een ernstig vermoeden van onmiddellijk gevaar opleverde voor de veiligheid van zijn vriendin en hun minderjarige zoon. Dit werd onderbouwd door eerdere incidenten van verbaal en incidenteel fysiek geweld, de inhoud van de aangifte, en het Risicotaxatie instrument Huiselijk Geweld. Daarnaast speelde de gokverslaving en signalen van excessief alcohol- en drugsgebruik een rol.
Hoewel het hulpverleningstraject was gestart en verzoeker medewerking had toegezegd, was niet gebleken dat de problemen waren opgelost. De instemming van de vriendin om verzoeker weer toe te laten tot de woning woog niet op tegen de belangen van het minderjarige kind. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het tijdelijk huisverbod wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.